Na een erg plezierige, maar lange vlucht naar Lima zijn we voor t eerst in Zuid Amerika. Het weer is het tegenovergestelde van ons zomerse weer in Nederland want het is hier zwaar bewolkt, mistig zelfs. Het is zelfs zo vochtig dat het lijkt te regenen. Winter in Lima kenmerkt zich door deze constante mist. De temperatuur is prima want het is zo’n 17 graden.

Wel een jasje aan, maar meer vanwege de damp die t klammig laat aanvoelen. We hebben met de hele groep heerlijk gegegeven bij Tanto, een prima restaurant waar we de Peruaanse gerechten geprobeerd hebben. Én een pisco sauro, de lokale cocktail. En rond een uur of 21u hadden we t allemaal wel gehad, en zijn we lekker ons bed in gedoken. Vanmorgen heerlijk ontbeten met harde broodjes, kaas en ham, fruit en eieren en spek en nog meer lekkers. Wat een verademing vergeleken met de Aziatische ontbijten. Al kunnen we noodles bij t ontbijt best waarderen.

Vandaag rijden we naar Paracas, waar een nationaal park ligt wat we gaan bezoeken. De weg die we nemen is de PanAmericana, die van Alaska tot onder in Chili loopt. De kustlijn is grillig woestijngebied met heuvels en rotsen tot aan t water. In eerste instantie dus een saai gebied, maar doordat de woestijn direct aan de zee grenst maakt het toch een speciaal landschap. Er groeit ook helemaal niets, nog geen sprietje. Behalve de zeemist die de lucht vochtig maakt, valt hier zelden tot nooit regen.We zien ook direct dat t een arm land is: meer dan 30 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens en dat is goed te zien aan de huizen en infrastructuur.

Paracas Nationaal Park ligt aan de zuidkust van Peru, op zo’n 4 uur rijden van Lima. Het is een uitgestrekt natuurgebied waar zandduinen uitlopen in ruige kliffen en stranden vol leven. We zien flamingo’s en pelikanen. Paracas is een beschermd natuurgebied aan de kust van Peru, het park is bijna 3.400 km² groot (groter dan de provincie Utrecht).

Wat een bizarre wereld we staat in het midden van de woestijn. Maar als we ons omdraaien zien we de Stille Oceaan glinsteren. Dit is Paracas. Een plek waar droogte, wind en leven op een bizarre manier samenkomen.

En het mooie? Het is relatief rustig, niet overdreven toeristisch en perfect als je even een wilt uitwaaien, letterlijk, want de wind hier heeft geen pauzeknop.

Paracas ligt in een van de droogste regio’s ter wereld. Het regent hier vrijwel nooit sommige jaren geen druppel. Toch is de luchtvochtigheid relatief hoog door de nabijheid van de oceaan. Temperaturen zijn mild tot heet, afhankelijk van het seizoen. Overdag is de temperatuur zo rond de 20–30°C, met weinig schaduw, s’Nachts koelt het af naar circa 15° maar Paracas staat bekend om z’n sterke wind (‘el paracas’), vooral in de middag. Die kan flink aan je kleding trekken, dus zonnebrillen en hoedjes of petten met een touwtje zijn zeker geen overbodige luxe.

De landschappen zijn echt surrealistisch een oneindige mix van eindeloze zandvlaktes, grillige rotsformaties, steile kliffen, zoutvlaktes en felgekleurde (rode) stranden. Nergens geen groen maar wel dramatische schoonheid.

Paracas zelf is een klein kustplaatsje dat leeft van toerisme, visserij en kleinschalige handel. Er wonen een paar duizend mensen; velen werken in de boottochten, hotels of restaurants. Je kunt er heerlijk eten en fijn een biertje drinken. Ons hotel is prima en ligt dicht bij de boulevard. Tijd om ons bedje op te zoeken het was een indrukwekkende eerste dag in Peru tot morgen.


Ben benieuwd hoe het verder gaat in Peru. Wellicht veel verschillende landschappen. Wordt vast weer een mooie reis.